ZONNEWEELDE N° 217 15de Jaarpang, „DE EEMLAN DER". Uilgevers: VALKHOFF Co. Donderdag 15 Maart 1917. BUITENLAND. FEUILLETON. Hoofdredactie! MARIE VAN VERSENDAAu Mr. D. VAN SCHAARDENBURG. ABONNEMENTSPRIJS: $ér maanden voor Amersfoort f 1.30. Idem franco per postr - 1.80. Per week (met gratis vorzekeriug tegen .ongelukken) O. I 3% Afzonderlijke nummers 0.05. Wekellibsoh bijvoegsel „D$ tlollandsch* Huuvrouté (onder redactie ran Thérèae Hoven) per X mnd. 5O ©Is. Wekeliiksoh bijvoegsel Wtreldrertoa" per 8 mnd. 53 ets. PRIJS PER A 0 V ERTEN TI ENv Van 1—5 resel».. f «.Kt». Bureau: UTRECHTSCH ESTRAAT 46. Intercomm. Telefoonnummer 66. Groote lettors naai' plaatsruimte. Voor handel on bedrijf bestaan zeer voordeolige bepalingen tot het herhaald adverteeren in dit Blad, bij abonnement. Eene oiroulairo, bevattende de voorwaarden, wordt op aanvraag toegezonden. Politiek Overzicht De binnenlandsche politieke strijd in Duitschland, Al bevindt men-zich in Duitschland se dert meer dan 2 Yt jaar in een strij'd tegen eene wereld van vijanden, waarbij niets min der dan het bestaan van het rijk op het spel staat, de binnenlandsche politieke strijd rust toch niet. Het bloed kruipt waar 't niet gaan kan. Vóór den oorlog had de wensch naar verandering van de Pruisische staats inrichting eene vaste plaats op het pro gramma van de politieke partijen, die met den bestaanden toestand geen vrede kun nen hebben. Die wensch is in den oorlog niet blijven rusten; men heeft integendeel wit de gezamenlijk betoonde krachtsinspan ning en het gezamenlijk gedragen leed eene nieuwe aansporing geput om met groote- ren aandrang dan ooit te voren er op te wijzen, dat de tijd gekomen is om hem lot vervulling te brengen. De regeering toont zich daarvoor niet on gevoelig. In de rede, die de rijkskanselier den 27en Februari j.l. in den rijksdag heeft gehouden, heeft hij zijn standpunt tegen over de vraagstukken van binnenlandsche politiek aldus geschetst: „Nieuwe orientee ring! Geen mooi woord. Ik geloof, dat ik het heden voor het eerst gebruik. Het ver wekt zoo gemakkelijk eene verkeerde voor stelling. Alsof het aan ons was, naar eigen |>elieven te beslissen of wij ons willen orien- leeren of niet. Neen, een nieuwe tijd, met ©en vernieuwd volk is aanwezig. De reuzen strijd heeft ze in 't leven geroepen. "Een ge slacht, dat in een zoo ontzettend beleven lot in de laatste vezelen van zijne gewaar wordingen is geschokt, een vplk, waarvan ©en aangrijpend woord van. een dichter-sol- öaat te velde kon zeggen, dat zijn armste soon ook zijn trouwste was, een natie die duizend maal iederen dag heeft ondervon den, dat slechts gezamenlijke kracht aan het gevaar van buiten het hoofd kan bieden ©n het kan overwinnen, dat zijn levende krachten, die zich door geen partij-pro gramma van rechts of van links in een keurslijf laten dwingen, of uit hunne baan leten werpen. „Overal, waar politieke rechten nieuw »ijn te regelen, is 't er niet om te doen het volk te beloonen voor datgene wat het heeft gedaan, maar het is uitsluitend er om te doen de juiste uitdrukking in de politiek en In den staat te vinden voor datgene wat dit volk is. Een reusachtige taak op politiek, geestelijk, economisch en sociaal gebied staat ons na den oorlog te wachten. Wij kunnen haar slechts oplossen, wanneer de geheele^kTacht, welker concentratie ons al leen in staat stelt dezen oorlog te winnen, ook in den vrede voortwerkt en wanneer voor haar de wegen worden gebaand waar in zij vrij en blij kan voortwerken. Dat is niet te regelen naar het partijgareel, het is een eisch van de innerlijke sterkte van on zen staat en deze eisch zal zich doen gel den." De rijkskanselier, die tevens in Pruisen het ambt van minister-president bekleedt, staat dus niet a priori vijandig tegenover het streven naar verandering van.de Pruisi sche staatsinrichting, welke geregeld is in de grondwetsoorkonde van 31 Januari 1850. De uitoefening van de wetgevende macht is daarbij opgedragen aan den koning geza menlijk met den landdag, bestaande uit twee huizen, het heerënhuis en het huis van afge vaardigden. Hunne samenstelling draagt den stempel van den tijd, waarin zij in het leven getreden zijn, die voor Pruisen een tijd was toen de reactie, die o\j het revolutiejaar 1848 volgde, den boventoon voerde. In de beide huizen oefenen de conservatieven eene groo- te macht uit, die geheel onevenredig is aan hunne werkelijke sterkte in het land. In het huis van afgevaardigden hebben zij, te zamen met de vrij-conservatieven, de meerderheid, terwijl zij in den rijksdag slechts een achtste van de leden tellen; in het heerenhuis vormt het met een adellijken titel verbonden grondbezit het hoofdelement bij de vereisch- ten voor het lidmaatschap. De beide huizen staan boven de verden king, dat rij ooit met revolutionaire neigin gen behept zullen geraken. Maar als bolwerk van de reactie staat het heerenhuis toch nog bovenaan. Daarvan hebben de laatste dagen een opmerkelijk bewijs geleverd. In het huis van afgevaardigden was met de regeering overeenstemming verkregen over eene nieu we regeling van de aan de leden toekomen de schadevergoeding voor het tijdverlies, dat het bijwonen van de rittingen hun berokkent. Br is bepaald, dat die schadevergoeding zal worden genoten in tweeërlei vorm: als pre sentiegeld, dat per zitting .wordt uitgekeerd, en in een biljet, recht gevende op vrij ver voer op de spoorwegen. Maar om haar in werking te kunnen brengen, was voor deze nieuwe regeling de toestemming ook ven het heerenhuis noodig. Die toestemming is ge weigerd, en dat is gemotiveer-d met het be toog, dat het heerenhuis eene waarschuwing moest laten hooren, dat Pruisen moest wor den behoed om eer\ weg op te gaan, die zou leiden naar het parlementaire regeerings- stelsel. Graaf York von Wartervburg, die als woordvoerder van de bestrijders optrad, meende dat men in Pruisen het militarisme noodiger had den het parlementarisme, een stelsel dat uit het westen kwam; hij zeide: „Als wij gehoor gaven aan de behoefte, onze instellingen uit het westen te halen, dan zou dat een triomf van Engeland en de onder gang van het militarisme zijn; het zou dan voorbij zijn met den rocher de bronze, het fundament van den staat; wij zouden dan slechts komen tot gelijkheid in de onvrij heid, want niets ls sterker dan de afschuw van de democratie voor de vrijheid. Wij mo gen niet een stap zetten op dezen onduit- schen weg." De raad, die aan deze ontboezeming werd vastgeknoopt om de voorgestelde nieuwe regeling te verwerpen, werd door de meer derheid gevolgd. Men vindt in deze stem ming eene aanwijzing, dat de wensch naar politieke hervorming in Duitschland, al vindt hij bij de regeering een gewillig oor, zooals de onder de telegrammen vermelde rede van von Bethmann Hollweg in het huis van afgevaardigden nader bewijst, niet zon der strijd tot vervulling zal komen. Althans zal men op den weg naar de „nieuwe orien teering" het Pruisische heerenhuis als strui kelblok ontmoeten. De oorlog. Het Amerikaansche stoomschip Alconquin, van New-York naar Londen onderweg met levensmiddelen, is door een Duitsche duik boot in den grond geboord op de sedert 1 Februari gebruikelijke wijze. 'De bemanning is gered. Dit is nog een onbewapend schip. De regeering van China heeft de diploma tieke betrekkingen met Duitschland afge broken. De in Shanghai liggende Duitsche stoom schepen, 13 in getal, met 35.000 ton in houd, zijn door de Chineezen in bezit geno men. B e r 1 ij n, 14 Maart. (W. B.) Officieel bericht. Door onze duikbooten werden tot zinken gebracht: 17 stoom-, 12 zeilschepen en 3 visschersvaartuigen, te zamen metende 48.150 ton. Een der duikbooten vermeldde bovendien een vijandelijken, kleinen krui ser en een als duikbootval ingericht vaar tuig, gemerkt Q 27. Van laatstgenoemd schip werden gevan gen genomen twee officieren en vier min deren, van wie een zwaar gewond was. Londen, 14 Maart. (R.) In de week, die met 11 Maart eindigde, liepen 1985 koopvaardijschepen in Engelsche havens binnen en voeren er 1959 uit; 17 Engel sche schepen en drei visschersvaartirigen werden tot zinken^ gebracht, terwijl er nog 16 zonder resultaat werden aangevallen. Ben schip, dat de vorige week als gezon ken gemeld was, werd thans binnenge sleept. In het westen berichten de Engelschen, dat rij ten noorden van het Ancre-dal hun front over eene lengte van anderhalve mijl vooruitgebracht hebben zuidwestelijk en westelijk van Bapaume en over 2000 yards ten zuiden van Achiet-le-Petit; voorts heb ben zij 1000 yards vijandelijke loopgraven ten zuidwesten v- i Essart bezet. Het Fran- sche bulletin bericht vooruitgang in de streek van Maisons de Champagne. Het Duitsche hoofdkwartier bericht, dat het gister een rustige dag was. Sofia, 13 Maart. (Buig. ag.) Bericht van het hoofdkwartier. Aan het Rumeensche front werd ten Oos ten van Tulcea artillerievuur gewisseld. Aan de Sereth sloegen onze troepen een aanval van een sterke verkennersafdeeling af. Aan de Zwarte Zee bombardeerden twee Russische oorlogsschepen zonder succes de kust in den omtrek van Dwanlcoelah. W e e n e n, 14 Maart. (Corr.-bur.) Of ficieel bericht van heden middag. In het Oost-Atbaneesche merengebied wordt verder gestreden. De Franschen vie len onze stellingen tusschen de Ochrida- en Prespa-meren bij herhaling zonder succes aan. Sofia, 13 Maart (Buig. ag.) Bericht van het hoofdkwartier. Aan den Westelijken oever van het Presba- meer rukten verschillende vijandelijke af- deelingen op, maar werden met voor hen groote verliezen teruggeslagen. In den loop van den nacht werden nog twee vijandelijke aanvallen in dezelfde streek bloedig afgeslagen. Op onze stellingen ten westen en ten noorden van Monastir werd een hevig artil lerievuur gericht. In den Czerna-boog heerschte levendige artillerie-bedrijvigheid. Aan het overige gedeelte van het front werd tusschen de vooruitgeschoven troepen- afdeelingen hier en daar artillerie- en ge* weervuur gewisseld. Br heerschte aan het geheele front leven- (Jipe vliegerbedrijvigheid. Bij MiletköVo werd in een luchtgevecht een Engelsch vliegtoestel neergeschoten. Het Turksche hoofdkwartier heeft over Bagdad de spraak teruggekregen én bericht; dat na de ontruiming van de stad de troe pen zijn teruggegaan naar Samara, dat ver der stroomopwaarts aan de Tigris ligt. Eene afdeeling van de Engelsche voorhoede is thans aan die rivier 30 mijlen stroomoj> waorts van Bagdad. De Russen trekken in Perzië partij van den aftocht der-Turksche troepen in verband met den val van,Bagdad; zij hebben Kermon- sjah bezet, dat ten zuidwesten van Hama- dan ligt. B e r 1 ij n„ 14 Maart. (W. B.) De val van Bagdad wordt door de Z'weedsche pers kalm beoordeeld en niet in beteekenis overschat. Svenska Dagblndet merkt op, dnt het En gelsche legerbestuur sedert het begin van den oorlog steeds eene duidelijke voorlief de toonde voor operatiën van secondairen aard in alle hoeken der wereld. Dot zal wel he* koloniale volk in het bloed liggen. Cairo, 14 Maart. (Havos.) De groot- sjerif van Mekka spoort in eene lange pro clamatie alle mohammedanen aan de zaak van den sultan te Konstnntinopel prijs te geven. De naam van dezen souverein zal uit het Vrijdagsche gebed geschrapt wor den als teeken, dat de Arabieren zich af scheiden van het Turksche rijk. B e r 1 ij n 14 Maart. (W.-B.). Het hms van afgevaardigden heeft heden bij de be handeling van de begrooting van het hee- renhuis eene scherpe maar zakelijke kritiek gevoerd tegen den vorm, waarin het heeren huis de verwerping van het wetsontwerp op de regeling van de vergoeding derleden van het huis van afgevaardigden had gekleed. Tegenover het in het Heerenhuis aan hef adres van den Rijksdag gerichte verwijt, voer de de minister-president von Bethmann Holl weg aan, dat de regeering het genoemde wetsontwerp niet heeft ingediend uit oogen* dienerij, maar omdat zij hoopte daardoor den parlementairen arbeid in de hand te werken. Hij verheugde zioh er over, dat een compro mis tusschen de regeering en het Huis van Afgevaardigden was tot stand gekomen. Het Heerenhuis heeft de besluiten van het Huis van Afgevaardigde** verworpen. Dit was zijn goed recht. Dat het echter van dit recht gé bruik maakte en de wijze waarop dit is gé- De waarheid is In den grond innerlijk, idet uiterlijk. ROMAN VAN OLGA WOHLBRÜCK met autorisatie vertaald door Mevr. 1. P. WESSELINK- VAN ROSSUM. 66 „Neem maar. Ik wilde het op de een of andere manier,door Seraphine laten bezor gen. Zij heeft je zeker niets achtergelaten, is het wel?*Twee honderd Mark voor een huis, Bat duizenden yerslindtl Buitengewoon! Of heeft de advocaat je misschien geld aangebo den?" Hij lachte luid, bijna vroolij'k. 3)Mij heeft hij wat aangeboden. Een rente, •Weet je, zooiets als ik later vast zaf zetten onze oude huishoudster, als zij genade brood moet eten. Twaalf honderd mark jaar lijks. "Weet je om mij voor alle „eventuali teiten" te behoeden. Ik heb hem het vod in «nippers teruggestuurd." Lou zag haar vader verbluft aan. „Neen dat kan niet waar zijn zoo is «ij niet.'* Hij smaalde: „Zij! "Waarschijnlijk heeft haar neef uit Warschau dat zoo geregeld. Die Polen zijn toch zoo edelmoedig. Het is kolossaal fatsoen lijk op een verloopen kerel van een kunste naar een rente vast te zetten. Wat is zoo'n kunstenaar in haar oogen een stuk vuil J.l zeker, mijn lieve dochter 1" Hij trok weer ouder gewoonte zijn tabaks zak uit den zak -van zijn buis en rolde niet zenuwachtige, haastige vingers een sigaret. „Jij zult ook wel een ervaring rijker zijn geworden met de grafelijke familie..." „Papa Hij hoorde haar uitroep niet; hij trok haar hoofd naar zich toe. zoodat hij haar recht in de met tranen gevulde oogen keek. „Volg mijn voorbeejd laat den jongen loo- pen. Dat is niets voor jou. Niets, als hij op zijn familie lijkt en niets als hij anders is dan de familie. Dan misschien eerst goed hcelemaal niets." Hij haalde de schouders op en slak een sigaret aan. „Doe trouwens wat je wil. Taysen heeft mij eens geschreven. Van hem weet ik, waar -je bent Daarom heb ik mij niet ongerust over je gemaakt. Het was niet noodig, dat de oude zich aan mij vast/klampte. Maar die moet ten minste haar mond houden.'' Het werd zeer stil in de kamer; fijne rook wolkjes vormden blauwe sluiers in het ver trek. Hörselkamp stond, met het gelaat van haar afgewend, .aan het raam en wist niet, wat hij nog meer tegen zijn kind zou zeggen. Hij was wel cenigszins schuldbewust, maar zijn boos heid behield de overhand. Een zacht verlan gen naar vervlogen dagen voelde hij met ver beten Kr-haamLe in zich ODkomen. ;JEn nu werkt u?" vroeg Lou nauwelijks verstaanbaar. Hij keek haar niet aan. Ruw klonk zijn stem, toen hij zei: „Natuurlijk werk ik; of moet ik van de rente van vorstin Sukewitsch leven?1" Zeker werk ik." Onwillekeurig werd haar belangstelling ge wekt en de trotsche vreugde over zijn schep pingen. Zij stond op en vleide haar wang te gen zijn arm. „Wat is het? Laat mij eens zien Hij trok zich heftig van haar terug met een toornige flikkering van zijn donkere oogen. „Dal gaat niemaijd wat aan. Ik werk Dat is voldoende." Treurig, toonloos, met een vleiende bewe ging van haar slanke, blanke handen zei zij: „Ik hoopte dnt u mij als vroeger zoudt kun nen gebruiken „Neen Zoo hard klonk het, dat haar handen neer vielen en haar hart van onnoemelijke droef- neid ineenkromp. Het was haar, alsof haar vader zich met dit korte, harde neen van baar los maakte. Hij deed het raam open, wierp hel stompje sigaret in het nu nog dorre, bestoven en ver trapte gras van den tuin. Daarna hqalde hij zijn horloge te voorschijn. „Je hebt zeker nog niets gegeten? Hier kan ik je niets aanbieden. Als je wilt gaan wij ergens heen. En dan breng ik je naar den trein." „Ik moet qlleen mijn hoed opzetten." Haar lippen waren droog. Zij had moeite de woorden uit te brengen. „Goed dat is goed," u behoeft u niet te haasten.'. Hij knikte. „Wel wat zegt hij, Haasje?" De oude Seraphine schonk water fn de kleine waschkom en haalde een schoone handdoek uit haar mand. Lou wierp zich op het smalle veldbed en viel snikkend in de kussens. „Ik ben niets meer voor hem niets meer —1" Maar de oude vrouw boog zich diep over haar heen en fluisterde haar in het oor: ,ylk zeg je, Haasje, dal hij nog altijd aan haar denkt. Ik laat mij hangen, als hij haar portret niet in het atelier heeft staan. Een half uur later zat Lou tegenover haar vader aan een kleine, zindelijk gedekte tafel onder het rood en wit gestreepte zeil van een restaurant in de Schóncberger hoofdstraat. „Het is niet meer dan een trog," zei Horzel- kamp, „maar men ontmoet tenminste geen kennissen." Zij raakte de spijzen ternauwernood aan, terwijl haar vader haastig en met buitenge woon groote happen het eten inslikte. „Ik ben maar blij, dat dat eindeloozc ge- tafel uit is. Gewoonlijk ben ik in twintig minuten klaar. Met je moeder zat 1k nooit lan ger dan een half uur aan tafel. Het zou maar tijdverknoeien geweest zijn langer te tafelen. En nooit heb ik er buitengewoon op gelet, wat ik op mijn bord had. Natuurlijk was het ver hemelte gewend aan de prikkeling. Maar het is ook wat waard, als men niet rechts en links tegenover zich gezichten heeft, waar tegen men allerlei complimenten moet maken. Ik heb je altijd gezegd: op zekeren dag wordt het mij te machtig en dan is het uit!" Hij schoo' het hord met d* braainbessenvla weg, en trommelde met zijn vingers op hel bord. „Ik zou wel eens willen weten, waar zij nu uithangt. Nu kan zij toch niet meer in Veneti5 zijn! De kanalen stinken in dezen tijd vatt 't jaar!" „Zal ik er eens naar informeeren?" vroeg' Lou heel zacht. Hij haalde zijn schouders op en streelt mei zijn hand over zijn gericht. „Haal geen dwaasheid uit wat voor ziö zou het hebben! Hierheen kan zij niet ferng- komen. Geen hond neemt nog een stuk brood van haar aan. Neen met het „schitteren* hier is het eens en voor goed gedaan Hij brak af en beet met zijn sterke witte tan* den in de onderlip. „Het spijt mij om jou Ik had mij moe ten beheerschen om jou. Maar ik kan me* zelf toch niet heelemaal wegcijferen. Bij dal leven ging ik te gronde. Nu pas weet ik ween wat werken is en wat ik waard ben. Zeg. dief Wachmann, dat is een fatsoenlijke kereL Heeft me alles verschaft, wat ik noodig heb mate>- rialen en het atelier en geld om Ic leven n« ja, hij weet ook wel, dat het niet weggesmeten is. Dezen winter breng ik een tentoonstelling van mijn werken bij Keiler en Reiner samen. Dan is mijn nieuwe werk ook gereed dan is er weer een beetje onsterfelijkheid en geld dan ben ik weer een groot man. Want zia je mijn lieve kind, al achten zekere men* schen ons niet meer dan een stuk vuil, iets hebben wij kunstenaars toch op hen voor. Onze voorouders dal zijn onze werken, dis wij voortgebracht hebben." (Wordt vervoifldJ l)

Historische kranten - Archief Eemland

Amersfoortsch Dagblad / De Eemlander | 1917 | | pagina 1