234
235
Deze methode ging bijna fout, toen bleek dat één van de overledenen een
felle communist was geweest, die door de Duitsers in Leusden om het
leven was gebracht.
De volgende stap was het administratief tot leven wekken van baby's,
die reeds lang tevoren (zo'n twintig tot veertig jaar) waren overleden.
Er moest natuurlijk op leeftijd en geslacht worden gelet en er moesten
liefst meerdere verhuizingen administratief worden rondgemaakt.
2. Dekking via het O.P.B.-register
In bovengenoemde gevallen werd de dekking via de bevolkingsregisters
resp. persoonskaarten steeds verfijnder, doch een dekking via het -
centrale O.P.B.-register bleef ontbreken.
Eind 1943 had men echter voldoende contacten om althans de zwaardere
gevallen in het D.P.B.-register te laten vervalsen. De bescherming was
dan volledig, men noemde dit "rondzetten"
3. Andere dekking
In een aantal gevallen moest ook andere dekking worden gegeven, b.v.
door het vervalsen van diploma's, verzekeringspapieren, attesten van
Arbeidsburo's, rentekaarten e.d.
Het ideaal bleef immers dat de onderduikers maatschappelijk zo goed mo
gelijk moesten blijven functioneren.
Aanbevolen literatuur: H. Buiten en I. de Haes, Het geruisloos verzet;
De geschiedenis van de TD verzetsgroep tijdens de Duitse bezetting,
Amersfoort 1988.
L
De evacuatie van Leusden in de meidagen van 1940
T
Ontleend aan het dagboek van mevrouw J.W.v.d.Hengel-de Jonge, echtgeno
te van wijlen bakker Tiem v.d.Hengel
In de nacht van 9 op 10 mei 1940 deden we geen oog dicht. Veel vlieg
tuigen in de lucht en maar schieten. Doodsangsten stond je uit.
s-Morgens vernamen we, dat we ons gereed moesten maken om 's-avonds ge
ëvacueerd te worden. Omstreeks vier uur in de middag gingen we ons
voorbereiden op het vertrek. Het was koud, schraal weer. We trokken drie
stel onderkleren aan, ook Anneke, ons oudste dochtertje. Alle sieraden
nam je mee als ook oeld en een paar waardevolle dingen. Er gaat wel wat
in je om, wanneer je alles moet achterlaten. Er was aangeraden je huis
niet op slot te doen in verband met vernielen van sloten en ramen.
's-Avonds omstreeks zeven uur vertrokken we per trein van de onbewaakte
overwea. We wisten niet, waar we heen gingen. De trein werd ook nog be
schoten en bij een groot bos hebben we lang stil gestaan.
Tot overmaat van ramp had ik vergeten om drinken mee te nemen. Toen de
trein weer eens stil stond (vermoedelijk is dat in Amsterdam geweest)
deed pa een raampje open en vroeg aan de eerste de beste militair, die
hij zag, of zijn vrouw wat water uit zijn veldfles mocht hebben. Maar
natuurlijk zei de militair, je mag alles hebben en dat is ook gebeurd.
Ik zou die jongen er nog voor willen bedanken. Eindelijk kwamen we aan
in Castricum. Vandaar mochten alleen de zieken (daar hoorde ik ook nog
een beetje bij) in de bus naar Limmen. Ze duwden mij met de baby en
Anneke van 2 jaar in de bus. Wat pa ook zei en dreigde, hij moest met 2
koffers naar Limmen lopen.
Het was muisstil in de bus. De kinderen sliepen en we waren allemaal
doodmoe. Ik had gelukkig de baby in de trein, toen deze een keer stil
stond, nog een schone luier gegeven.
Zo kwamen we dan in Limmen aan, het begon juist een beetje licht te
worden. We werden even ondergebracht in een groot café-restaurant en
daar kregen we koffie. Direct mocht ik van de eigenaresse naar een
andere kamer en zo kon ik de baby lekker wassen en voeden. Ik was een
beetje opgelucht. Inmiddels werden in alfabetische volgorde namen afge
roepen en kon je naar het adres, wat je in de vingers gestopt kreeg. Dat
was overigens goed geregeld. Maar pa, die dit allemaal had aangezien
dacht: ik ga zelf wel op een kosthuis uit. Hij liep het dorp Limmen in
en klopte aan bij de eerste de beste bakker. Weijers bakkerij stond er
op de ramen. De bakker was letterlijk in het zweet zijns aanschijns aan
het zwoegen met het brooddeeg, want er kwamen voor onbepaalde tijd 1000
évacuees in het dorp, dus moest er ineens veel meer brood gebakken
worden. Toen pa dan ook vroeg, of hij kon helpen, zei de man: alstu
blieft, kom er maar in. Ja, zei pa, maar ik heb ook nog een vrouw en
twee kinderen. Ga ze maar gauw halen, zei de bakker, ze zullen het hier
goed hebben. We gaan direct de logeerkamer in orde maken. We hadden het
wel erg goed getroffen.
Erg grote gezinnen werden in scholen en een klooster ondergebracht. Ze
sliepen op stro of strozakken.
Op woensdag 15 mei 1940 (Nederland had toen gecapituleerd) kregen we be
richt, dat mensen, die voor de voedselvoorziening moesten zorgen, weer
naar huis konden en daar zou pa ook bij moeten zijn. Vrijdag 17 mei
mochten we inderdaad naar huis en wel met bussen. Toen we ons huis bin-